Academy kalender

« November - 2017 »
M D W D V Z Z
 
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
24
25
26
27
28
29
30
 

Wat is de Waarde van een Onderneming?

01 februari 2012 | Geschreven door: John Greijmans

Afgelopen week raakte ik in discussie met iemand over hoe de waarde van een onderneming zou moeten worden bepaald. Volgens haar waren er twee waarderingsmethoden: de equity methode en de Discounted Cashflow (DCF) methode. De equity methode verdiende daarbij de voorkeur. Deze was namelijk eenvoudiger te begrijpen en objectiever dan de DCF, die immers op subjectieve toekomstverwachtingen was gebaseerd. Mijn standpunt was dat beide methoden in feite hetzelfde doen, en daarom naast elkaar moeten worden gebruikt.

Equity methode ofwel de directe opbrengstwaarde

De boekhoudkundige formule voor de equity waarde van een bedrijf is eenvoudig: bezittingen –/– schulden. In economische termen verkoop je dan alle bezittingen van een onderneming en los je met de opbrengst alle schulden af. Wat resteert is de waarde van de onderneming, die dan inmiddels al wel is verkocht. Meestal wil je het bedrijf (nog) niet verkopen maar alleen de waarde bepalen. Je moet dan afzonderlijk de waarde van de bezittingen en de schulden bepalen. Conform de formule is het verschil tussen beide bedragen, de waarde van het bedrijf.

De waarde van schulden is redelijk objectief te bepalen. Schuldeisers hebben meestal, maar niet altijd, voldoende bewijsmateriaal. De waarde van de bezittingen is lastiger. De ANWB-website kan nog wel een indicatie geven van een courante tweedehands auto, maar de waarde van een vooroorlogs bedrijfspand met mogelijk een bodemvervuilingsprobleem is niet van het internet te halen. Hiervoor zul je inschattingen moeten maken, en die zijn noodzakelijkerwijs subjectief.

DCF methode ofwel de indirecte opbrengstwaarde

De DCF methode kijkt niet wat de onderneming gaat opbrengen bij verkoop van bezittingen en aflossing van schulden (directe opbrengstwaarde), maar bepaalt wat de onderneming aan toekomstige kasopbrengsten gaat voortbrengen.

Deze methode is technisch complex, maar komt neer op het volgende: maak een inschatting van de winst voor de komende jaren, en trek daarvan het geld af wat, naar verwachting komt vast te liggen in debiteuren en ander werkkapitaal. Wat resulteert is de vrije kasstroom.  Deze is vrij omdat de stroom geld volledig ter beschikking staat van de eigenaren van de onderneming. De laatste stap is via rente-op-rente calculaties de waarde op dit moment bepalen van de kasstroom in de toekomstige jaren. Het resulterende bedrag is de indirecte opbrengstwaarde.

Gebruik zowel directe als indirecte opbrengstwaarde

Mijn gesprekspartner concludeerde dat, aangezien zowel DCF als equity op subjectieve inschattingen waren gebaseerd, de waarde van een onderneming dus is “wat de gek ervoor geeft”. Dit ging mij een stap te ver.

Beide methoden zijn inderdaad gebaseerd op een inschatting van de toekomstige kasstroom: de equity methode veronderstelt dat we de onderneming meteen verkopen, en DCF gaat er van uit dat we doorgaan met het bedrijf. Inschattingen zijn weliswaar subjectief, maar in belangrijke mate te objectiveren: bij de bepaling van de waarde van de bezittingen kunnen onafhankelijke taxateurs worden ingeschakeld, en de toekomstige kasstroom moet zijn onderbouwd door een business plan.

Belangrijker is dat beide methoden altijd in combinatie met elkaar moeten worden gebruikt en wel conform de volgende beslissingsregels:

  • Als de directe opbrengstwaarde groter is dan de indirecte, dan levert verkopen meer op dan doorgaan. De activiteiten worden dan gestopt en de onderneming geliquideerd, dat wil zeggen bezittingen worden verkocht en schulden afbetaald. De waarde van het bedrijf is in dit geval gelijk aan de equity methode.

  • Is de indirecte opbrengstwaarde groter is dan de directe, dan is doorgaan beter dan liquideren. Het bedrijf kan nog steeds worden verkocht, maar uitgangspunt voor de verkoopprijs is dan de waardering volgens de DCF methode.

John Greijmans

Tags: