Academy kalender

« November - 2017 »
M D W D V Z Z
 
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
24
25
26
27
28
29
30
 

Wat kost mijn product? Wat kost mijn dienst?

20 mei 2014 | Geschreven door: John Greijmans

Voor veel ondernemers is het maken van (een redelijke) winst een belangrijk doel van hun ondernemerschap. Aangezien winst wordt gedefinieerd als het verschil tussen omzet en kosten, lijkt het maken van winst gemakkelijk: zorg dat je omzet groter is dan je kosten. Helaas is het niet zó gemakkelijk. Er is een verband tussen omzet en kosten: om omzet te genereren moet je kosten maken.

Hoe weet je nu dat de omzet die je wilt genereren winst gaat opleveren? Om die vraag te beantwoorden moet je de kostprijs van je product kennen. Als de kostprijs lager is dan de verkoopprijs die je voor je product of dienst vraagt, dan kun je winst maken.Hoe bepaal je nu je kostprijs? Daarvoor zijn drie methoden ontwikkeld.

Integrale kostencalculatie

Productie gerelateerde mens- en machine-uren kunnen veelal direct aan je product of dienst worden toegerekend. Zij worden dan ook directe kosten genoemd. Voor andere kosten is dat toerekenen lastiger; daar is geen direct verband tussen product en kosten.  Kosten van bijvoorbeeld het bedrijfsbureau en de verwarming van de productiehal, zijn nodig om een product te produceren, maar kunnen niet eenvoudig aan een product worden toegerekend. Hoe krijg je die indirecte kosten dan wel in de kostprijs?

Bereken de indirecte kosten als percentage van bijvoorbeeld directe mens- of machineuren.  Stel dat dat percentage vijf is. Voor elk mens- of machineuur dat wordt toegerekend aan een product, reken je dan vijf procent extra opslag. Op deze manier bereken je de integrale kostprijs. Integraal omdat zowel directe als indirecte productiekosten worden meegenomen.  Andere kosten als bijvoorbeeld marketing en boekhouding worden niet meegenomen, want ze zijn niet nodig om een product te produceren.

Activity Based Costing

De integrale kostencalculatie, en dan met name het omslaan van indirecte kosten via uren, heeft echter een groot nadeel. Als de verhouding indirect/direct te groot wordt kan dat de berekende kostprijs onbetrouwbaar maken. Zeker in deze tijd, waar veel productiewerk is weggeautomtiseerd of in de steeds groter wordende dienstensector, zijn opslagpercentages van enkele honderden procenten, geen uitzondering. Je weet dan wel je “kostprijs”, maar er is geen garantie dat je winst gaat maken.  Activity Based costing (ABC) biedt dan een oplossing.

ABC gaat niet uit van indirecte afdelingen zoals het bedrijfsbureau, maar van indirecte activiteiten, zoals bijvoorbeeld inkoop en productieplanning. Per activiteit wordt dan een kostprijs berekend. Als bijvoorbeeld het plannen van een productieorder gemiddeld €1.500 kost en er zijn honderd producten in die order, dan wordt de kostprijs van het product met €15 verhoogd. Zeker als het aantal indirecte activiteiten groot is, wordt daarmee een meer verfijnde berekening, en daardoor een meer betrouwbare kostprijs mogelijk.

Variabele kostencalculatie

ABC is een meer verfijnde methode dan de integrale kostencalculatie. Het nadeel is echter de grote hoveelheid administratief werk om kosten per activiteit te registreren en kostprijzen te berekenen. Direct Costing (DC) is eenvoudiger. DC  kijkt alleen naar de directe kosten en rekent die toe aan het product. Deze kosten zijn vaak variabel, ze varieren mee met de omvang van de productie, vandaar dat ook de naam variabele kostencalculatie wordt gebruikt. Hoe werkt DC?

Stel je hebt je variabele kostprijs berekend als €2,50. Je weet dat het totaal aan indirecte kosten €10.000 is en dat je verkoopprijs €3,00 bedraagt. Je moet dan minimaal twintigduizend producten verkopen voordat je winst gaat maken. Administratief eenvoudig, maar commercieel nog steeds een grote klus.

John Greijmans

Tags: