Blogs van John

John Greijmans is interimmanager en consultant. 

Je eigen bedrijf! Voortzetten of Verkopen?

Afgelopen week raakte ik in discussie over hoe de waarde van een bedrijf moet worden bepaald. Volgens mijn gesprekspartner waren er twee waarderingsmethoden: de equity methode en de Discounted Cashflow (DCF) methode. De equity methode verdiende volgens haar de voorkeur, omdat deze in vergelijking tot DCF, eenvoudiger te begrijpen en objectiever is. DCF is immers op subjectieve toekomstverwachtingen gebaseerd. Mijn standpunt was en is dat beide methoden in feite hetzelfde doen en daarom naast elkaar moeten worden gebruikt.

De equity methode bepaalt de Directe Opbrengstwaarde

De formule voor het bepalen van de equity-waarde van een bedrijf is eenvoudig: bezittingen minus schulden. Praktisch gesproken verkoop je in deze methode alle bezittingen van je bedrijf en los je met de opbrengst alle schulden af. Wat dan resteert is de waarde van de onderneming, die dan inmiddels al wel is verkocht. Meestal wil je echter het bedrijf (nog) niet verkopen maar alleen de waarde weten. Je moet dan afzonderlijk de waarde van de bezittingen en de waarde van de schulden bepalen. Conform de bovenstaande formule is het verschil tussen beide bedragen dan de waarde van je bedrijf.

De waarde van schulden is redelijk objectief te bepalen. Schuldeisers hebben meestal voldoende bewijsmateriaal. De waarde van de bezittingen is echter lastiger te bepalen. De ANWB-website geeft nog wel een indicatie geven voor een courante tweedehands auto, maar de waarde van een vooroorlogs bedrijfspand met mogelijk een bodemvervuilingsprobleem is moeilijk te achterhalen. Hiervoor moet je inschattingen maken, en die zijn noodzakelijkerwijs subjectief.

DCF methode bepaalt de Indirecte Opbrengstwaarde

Waar de equity-methode kijkt naar wat je onderneming gaat opbrengen bij de verkoop van alle bezittingen en de aflossing van alles schulden, bepaalt de DCF-benadering wat je bedrijf aan toekomstige kasopbrengsten gaat voortbrengen.

DCF is technisch complex om te berekenen, maar komt neer op het volgende: maak een inschatting van de winst voor de komende jaren, en trek daarvan het geld af wat, naar verwachting komt vast te liggen in werkkapitaal en investeringen. Wat dan resulteert is de vrije kasstroom. Deze is vrij omdat de stroom geld volledig ter beschikking staat van jou als eigenaar. De laatste stap is het dan om via rente-op-rente calculaties de waarde op dit moment bepalen van de kasstroom in de toekomstige jaren. Het resulterende bedrag is de indirecte opbrengstwaarde.

Gebruik zowel directe als indirecte opbrengstwaarde

Aangezien zowel DCF als equity op subjectieve inschattingen zijn gebaseerd, is de waarde van een onderneming dus “wat de gek ervoor geeft”. Althans dat concludeerde mijn gesprekspartner. Dit ging mij echter een grote stap te ver.

Beide methoden zijn inderdaad gebaseerd op een inschatting van de toekomstige kasstroom: de equity-methode veronderstelt daarbij dat we de onderneming meteen verkopen, en DCF gaat er van uit dat we het bedrijf continueren. Inschattingen zijn weliswaar subjectief, maar in belangrijke mate te objectiveren: bij de bepaling van de waarde van de bezittingen kunnen onafhankelijke taxateurs worden ingeschakeld, en de toekomstige kasstroom moet zijn onderbouwd door een business plan.

Belangrijk is verder dat beide methoden altijd in combinatie met elkaar moeten worden gebruikt en wel conform de volgende beslissingsregels.

  • Is de directe opbrengstwaarde groter dan de indirecte, dan levert verkopen meer op dan doorgaan. Stop met de activiteiten en liquideer de onderneming. Liquideren wil zeggen dat bezittingen worden verkocht en schulden afbetaald. De waarde van je bedrijf is in dit geval gelijk aan de equity-methode.
  • Is de indirecte opbrengstwaarde groter is dan de directe, dan is doorgaan beter dan liquideren. Het bedrijf kan nog steeds worden verkocht, maar uitgangspunt voor de verkoopprijs is dan de waardering volgens de DCF methode.

John Greijmans

Rotterdam, februari 2020