Blogs van John

John Greijmans is interimmanager en consultant. 

Kritiek en het gedrag van de Holenmens

Voor een belangrijk deel, bestaat het leven uit het ontvangen van kritiek. Als mensen menen dat je je werk niet goed doet, dan krijg je dat te horen. Als leraar heb je te maken met kritische en mondige ouders, als ambtenaar loop je tegen weerbare burgers aan, en als je in dit land minister bent krijg je vaak en vaak terecht de wind van voren. De sociale media maken het daarbij gemakkelijk om kritiek uit te delen en dus te ontvangen. Hoe moet je daarmee omgaan?

Je ziet de kritiek als bedreiging en reageert niet op de inhoud.

 

Ons brein helpt ons niet echt

Niet altijd is de inhoud van de kritiek of de al dan niet terechte mening van de criticus van belang. Vaak ligt de oorzaak van te hard of onterecht ervaren kritiek bij onszelf, of beter gezegd bij ons brein. Ons brein overdrijft namelijk het belang van de kritiek. Een kritisch geluid raakt ons harder dan een even fors geformuleerde loftuiting, en negatieve gebeurtenissen hebben meer invloed op onze handelingen dan positieve.

Evolutionair heeft dat een groot voordeel, je reageert namelijk onmiddellijk en primair op pijn, verlies en ellende. Maar in ons dagelijks sociale leven kan dat tot vervelende consequenties leiden. Ons brein ziet kritiek ook vaak als een bedreiging. Als je in de oertijd werd verbannen uit je stam of dorp, dan verloor je je bescherming en vaak ook de toegang tot voedsel. We leven niet meer in de prehistorie en leidt kritiek niet meer tot sociale uitsluiting, maar ons brein is er nog steeds niet van overtuigd dat wanneer we worden afgewezen we niet verhongeren of voor de leeuwen worden gegooid. Daarom proberen we kritiek zoveel mogelijk te vermijden.

We vinden het lastig toe te geven dat we iets niet goed gedaan hebben. En ook dat is een fout van ons brein. We zijn niet in staat informatie objectief te beoordelen omdat we vooringenomen zijn. Stel dat je ervan overtuigd bent dat je bekritiseerd rapport van hoge kwaliteit is, dan zie al overal om je heen informatie die je mening bevestigd. En de collega die je verslag afkraakt heeft dus ongelijk. Onderzoeken of hij of zij gelijk heeft, betekent dat je moet toegeven dat er toch iets aan de hand is met je rapport. En misschien houdt het in dat jij het verslag opnieuw moet opstellen. En daar heeft je brein geen zin in. En ja, we zijn nu eenmaal ons brein.

Een kritisch geluid raakt ons harder dan een even fors geformuleerde loftuiting, en negatieve gebeurtenissen hebben meer invloed op onze handelingen dan positieve.

 

Wat moet je in ieder geval niet doen?

Ons brein ervaart stress wanneer we worden bekritiseerd, en die stress activeert een vecht-of-vlucht reactie. Het is hetzelfde overlevingsmechanisme dat ervoor zorgt dat we niet worden verstoten uit de groep. Vluchten houdt in dit verband in, dat je het niet eens bent met de kritiek en daarom de desbetreffende persoon uit te weg gaat. Je zegt bijvoorbeeld, “dat is jouw mening, je mag vinden wat je wilt”, en gaat over tot de orde van de dag. Vechten betekent dat je tegengas geeft en in de verdediging schiet. Je zegt iets als, “hoe kom je daarbij, ik heb wel degelijk die punten meegenomen in mijn overweging”. Vechten en vluchten zijn begrijpelijke reacties, maar helpen je niet verder. Je blijft je slecht voelen over jezelf en je prestaties. Je ziet de kritiek namelijk als een bedreiging en reageert niet op de inhoud.

Wat kun je wel doen?

Kritiek hoort bij het leven. Het nemen van beslissingen rond onderwerpen waarover de meningen verdeeld zijn, impliceert dat je mensen teleurstelt of boos maakt. Als we met kritiek willen omgaan dan moeten we vermijden wat we geneigd zijn te doen. Geen vecht-of-vluchtgedrag, maar de holenmens-reactie van ons brein uitschakelen.

Herken dat je stresshormonen je gedrag overnemen. Sneller ademen dan normaal, je hart dat bonst of een drukkend gevoel op je borst, zijn aanwijzingen dat je in stressreactie van je brein zit. Maak dan dat brein duidelijk dat het kan stoppen met het aanmaken van die stresshormonen. Rustig ademen of ‘tot tien tellen’ kalmeert het deel van de hersenen dat de vecht-of-vlucht-respons stuurt.

Accepteer dat elk mens recht heeft op een mening. Hoe goed je ook je best doet, aanvaard dat iedereen op zijn eigen manier reageert op jouw persoon, je gedrag of je prestaties. Er is altijd wel iemand die het niet met je eens is over iets wat je hebt gedaan. Maak een lijstje met mensen van wie je vindt dat hun mening telt, en de rest van je omgeving plaats je op een stop-pleasing-lijst. Stel verder bij het nemen van belangrijke beslissingen jezelf altijd de vraag: moet ik me van eventuele feedback echt iets aantrekken?

Las een pauze in als je kritiek ontvangt. Zeg dat je erop terugkomt en onderzoek wat de waarde is van de op- en aanmerkingen. Ook onterechte of ogenschijnlijk onzinnige kritiek bevat vaak een kern van waarheid. Neem de tijd om je te verdiepen in wat toch bruikbaar is, en geef je critici aan wat je hebt gehoord, wat je accepteert en wat je ermee zult doen. Je kunt ook iedereen vóór zijn door zelf om kritiek te vragen. Hierdoor ben je voorbereid op de kritiek die je ontvangt, en je hebt zelf in de hand waar, wanneer, van wie en welk soort feedback je vraagt.

Als we met kritiek willen omgaan dan moeten we vermijden wat we geneigd zijn te doen. Geen vecht-of-vluchtgedrag, maar de holenmens-reactie van ons brein uitschakelen.

 

Tot Slot

Kritiek is niet eng of vervelend. Feedback is feedback, of het nu positief is of negatief. Of je het er mee eens bent of niet. Probeer de emotionele lading los te laten en kalm te blijven. Blijf jezelf en vraag de criticus eventueel om duidelijkheid. Leg jouw kant van het verhaal uit en kom tot een oplossing. Wanneer de kritiek niet terecht is, laat het dan van je afglijden. Wanneer kritiek wel terecht is, doe er dan iets mee.

John Greijmans

Rotterdam, juni 2021