Blogs van John

John Greijmans is interimmanager en consultant. 

Kritiek hoef je niet (altijd) te accepteren

Van kritiek kun je leren, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Naast opbouwende kritiek, waarvan je inderdaad kunt leren bestaat er namelijk ook moraliserende, verplichte en afgunstige kritiek.

 

Het gangbare idee over kritiek ontvangen, is dat je je daarvoor moet openstellen om ervan te leren. Deze visie gaat ervan uit dat de kritiekgever het goed bedoelt en je behulpzaam is met het aanreiken van leerpunten. Maar kritiek hoeft niet altijd terecht te zijn, althans niet als zodanig te worden gevoeld. En dan krijgt die “goedbedoelde” kritiek een negatieve lading, en een eventuele hulpvaardigheid wordt niet meer als zodanig gevoeld. Laten we eens kijken naar vier types kritiek, en hoe je daarmee het beste kan omgaan.

Moraliserende Kritiek

Sommige mensen vinden dat ze moreel gelijk hebben. Zij vinden dat wij ons moeten “gedragen zoals het hoort”. De criticus presenteert zich als de bewaker van de geldende moraal en bestraft de mensen die zich die niet aan die moraal willen of kunnen houden. Deze moraalridders staan altijd klaar met kritiek, maar dragen verder niets bij. Ze hebben immers altijd gelijk, dus waarom zouden ze zich verdiepen in wat anderen drijft? Houd deze moraliserende criticasters daarom goed in de gaten, want ze kunnen je remmen bij het nemen van belangrijke initiatieven.

Opbouwende Kritiek

Soms wordt kritiek gegeven om je bewust te maken van een blinde vlek. Bij dergelijk commentaar is eigenlijk eerder sprake van advies dan van verwijt. Daarom heet het ook opbouwende kritiek. De criticus probeert zich in jou te verplaatsen en zegt iets in de trant van “als ik jou was dan zou ik dit veranderen, waardoor…”. Het aandachtspunt wordt benoemd, er worden voorbeelden gegeven en suggesties voor verbetering gedaan, zonder dat je het gevoel krijgt tot de orde te worden geroepen. Van deze kritiek kun je leren, en dat moet je dan ook doen.

Verplichte Kritiek

Leidinggevenden geven soms kritiek omdat dat nu eenmaal in hun functieomschrijving staat. Het doel van een functioneringsgesprek is immers om jou als medewerker aandachts- en verbeterpunten aan te reiken. Daarom krijgen je zwaktes in dit soort gesprekken ook meer aandacht dan je kwaliteiten. Je krijgt te horen wat je niet goed doet, maar niet wat je goed hebt gedaan. Deze kritiek moet je daarom relativeren. Uiteindelijk gaat het er namelijk om dat je je werk goed doet; het hoe is daarbij niet altijd belangrijk.  

Afgunstige Kritiek  

Het kan ook zijn, dat aan het geven van kritiek afgunst of jaloezie ten grondslag ligt. Collega’s kunnen bijvoorbeeld vinden dat jij je ten onrechte op hun werkterrein begeeft of met hun ideeën aan de haal gaat. Zij kunnen menen dat zij meer kennis van zaken hebben of dingen beter kunnen. Ook hier moet je je niet te laten leiden door emoties, maar eruit te filteren wat nuttig is.

Kritiek zegt veel over de criticus zelf. Kritiek brengt dingen in beweging, maar dat kan iets anders zijn dan wat de kritiekgever wil bereiken. Jij hebt hem of haar in ieder geval beter leren kennen, en daar kun je je voordeel mee doen. Het woord kritiek is immers afgeleid van het Griekse krités, wat zoveel betekent als observeren, analyseren en interpreteren.

John Greijmans

Rotterdam, augustus 2020