Blogs van John

John Greijmans is interimmanager en consultant. 

Middelmaat is beter dan Perfectie

 

Perfectionisme is een tweesnijdend zwaard. Enerzijds doet het ons streven naar het perfecte, en daar kan inderdaad niemand tegen zijn. Anderzijds leidt perfectionisme vaak tot uitstelgedrag en frustratie omdat perfectie niet gemakkelijk - of wellicht helemaal niet - te bereiken is. Hoe kunnen we omgaan met deze ambivalentie?

Plato is een Perfectionist

Tweeënhalf duizend jaar geleden formuleerde de Griekse filosoof Plato zijn Ideeënleer. Ideeën zijn volgens hem reëel bestaande, maar slechts met het verstand waarneembare entiteiten, en ze zijn daarbij tijdloos en onveranderlijk. Dit in tegenstelling tot de voorwerpen die wij om ons heen zien of anderszins opmerken. Deze zijn tijdelijk en aan voortdurende verandering onderhevig. Een voorbeeld uit de meetkunde om dit te verduidelijken. Een cirkel wordt gedefinieerd als een tweedimensionale verzameling punten die dezelfde afstand tot een bepaald middelpunt hebben. Deze definitie beschrijft de Idee van een perfecte cirkel. In onze dagelijkse werkelijkheid is het echter onmogelijk zo’n perfecte cirkel te tekenen. Alles we wat we kunnen doen is een cirkel zo goed mogelijk tekenen. Naar perfectie kunnen we streven, maar we zullen het nooit bereiken.

Plato betrekt zijn leer niet alleen op wiskundige grootheden. Ook een handeling die bijvoorbeeld rechtvaardig is, wordt zo genoemd omdat deze de perfecte Idee van Rechtvaardigheid benadert, maar niet kan bereiken. Volgens hem moeten we echter wel altijd streven naar het perfecte: we moeten met andere woorden perfectionistisch zijn. In onze tijd wordt perfectionisme omschreven als een innerlijke drang om perfectie te benaderen, of zelfs te bereiken. Perfectionisme wordt in dat kader als een positieve eigenschap gezien. Hier wil ik echter een pleidooi houden voor de middelmaat, want perfectionisme heeft veel en grote nadelen.

Perfectionisme is een Probleem   

Perfectionisme wordt gezien als iets positiefs, iets wat je kansen op succes verhoogt; het tegengestelde is echter waar. Het streven naar perfectie is een self-denying prophecy. De gedachten en acties die voortvloeien uit het trachten te bereiken van het perfecte, maken het juist moeilijker om dat doel te bereiken.

Perfectionisten zijn vaak uiterst inefficiënt in het uitvoeren van hun activiteiten. Zij willen perfect zijn, maar het perfecte bereiken is onmogelijk. Toch blijven zij het proberen, ze denken iedere keer nog een kleine verbetering te moeten doorvoeren en blijven dat denken als die verbetering is gerealiseerd. Dit leidt tot uitstelgedrag. Door telkens iets verder te willen verbeteren kom je wellicht dichter bij het perfecte, maar uiteindelijk lever je nooit iets op. Je blijft telkens uitstellen, en dat kost tijd. Tijd die niets oplevert en beter aan andere dingen had kunnen worden besteed.    

Het lijkt vaak dat perfectionisten een innerlijk stemmetje hebben. Een stemmetje dat je voortdurend herinnert aan het vele werk dat nog gedaan moet worden en hoe slecht je je gaat voelen als je dat allemaal niet op tijd afkrijgt. Dit stemmetje volgen levert je echter alleen gevoelens van schuld en frustratie op, en het maakt dat je niet kunt genieten van de vele goede dingen die het leven te bieden heeft. Het is immers lastig om van het heden te genieten als je alleen kunt denken wat in de toekomst nog gebeuren moet en wat daarbij allemaal verkeerd kan gaan.

Samenvattend leidt perfectionisme niet tot iets wat perfect is, maar eerder tot stress en frustratie omdat perfectie welhaast per definitie onbereikbaar is. Zelfs als je iets hebt gemaakt of gehaald wat bijna perfect is, dat zie je dat vaak nog steeds als een mislukking omdat het inderdaad niet perfect is.

Aristoteles kiest daarom Middelmaat

Aristoteles is Plato’s geniale leerling. Hij stelt dat geluk het ultieme doel van het menselijk handelen is. Dit klinkt plausibel want niemand wil ongelukkig zijn, maar wat houdt dat geluk in?  Aristoteles probeert dat te achterhalen door op zoek te gaan naar een eigenschap of functie die uniek is voor ons mensen. En dat is ons verstand. Planten kunnen groeien en dieren kunnen zich voortbewegen, maar geen enkel wezen behalve de mens heeft het vermogen tot rationeel denken. Leven als een mens komt er dus op neer dat we ons verstand gebruiken en gelukkig leven betekent, volgens Aristoteles, dat we ons verstand op een voortreffelijke wijze gebruiken. Waar Plato kiest voor perfectie, maakt Aristoteles dus een keuze voor voortreffelijkheid.

Voor Aristoteles is geluk een activiteit die op voortreffelijke wijze wordt uitgevoerd. Om iets voortreffelijk te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk om de daarvoor noodzakelijke positieve karaktereigenschappen, zoals moed en rechtvaardigheid, te ontwikkelen. En we ontwikkelen een voortreffelijk karakter door gewoonte, door herhaald gedrag. Zolang iets nog pijn en moeite kost, is het geen karaktereigenschap. Als je een voortreffelijk persoon bent, ben je zowel als persoon goed en zijn ook je handelingen goed. Je weet wat je moet doen, je kiest er vervolgens bewust voor dat te doen en je doet het vastberaden. Maar wat is een goede karaktereigenschap?

Een goede karaktereigenschap is het midden tussen twee slechte eigenschappen, tussen een tekort en een teveel. Moed is bijvoorbeeld een goede karaktereigenschap en is het midden tussen lafheid (gebrek aan moed) en overmoed (te veel moed). Dit midden is overigens niet absoluut. Het hangt steeds van de persoon en de omstandigheden af. Wat voor een atleet een goede portie eten is (niet te veel en niet te weinig) is voor iemand die niet sport al snel te veel.

Waar Plato voor het onbereikbare ideaal van het perfectionisme kiest, kiest Aristoteles dus voor de middelmaat. Middelmaat niet in de betekenis van mediocre maar van het juiste midden tussen twee extremen, anders gezegd van het gulden midden. Voortreffelijkheid is daarbij het midden tussen laksheid (te weinig voortreffelijk) en perfectionisme (te veel voortreffelijkheid).

John Greijmans

Rotterdam, juli 2021