Blogs van John

John Greijmans is interimmanager en consultant. 

Twee aspecten van Diversiteit

Diversiteit, en met name hoe we daarmee omgaan is belangrijk. En dit belang heeft twee invalshoeken: een positief en een negatief aspect.

 

De term diversiteit wordt op veel manieren gebruikt en er zijn dan ook verschillende definities voor.  Een eenvoudige maar doeltreffende omschrijving is dat diversiteit alle mogelijke verschillen tussen mensen betreft. Deze verschillen kunnen zichtbaar zijn zoals leeftijd en huidskleur, of minder duidelijk te traceren zoals geloofsovertuiging en etniciteit, maar ook competenties en persoonlijke voorkeuren. Diversiteit is een neutraal begrip; het is op zich niet goed of slecht. Mensen verschillen nu eenmaal en diversiteit is dus onvermijdelijk. Diversiteit, en name hoe we daarmee omgaan is echter wel belangrijk. En dit belang heeft twee kanten, een positieve en een negatieve.

Positief: Diversiteit maakt ons leven beter

De Amerikaanse onderzoeker Meredith Belbin (1926) concludeerde dat in een groep “bepaalde personen bepaalde rollen op zich nemen, en dat het patroon waarin rollen verdeeld zijn een cruciale invloed heeft op de resultaten”. Een team-rol is opgebouwd uit persoonlijkheidskenmerken, mentale vaardigheden en persoonlijke overtuigingen en wordt in de loop der jaren mede gevormd door de sociale context, en beïnvloed door levenservaringen en zelfinzicht.

Zet mensen met het hoogste IQ bij elkaar en je hebt het beste team; het functioneert effectief en efficiënt. Iedereen die wel eens in een team gewerkt heeft, weet echter dat dit niet helemaal opgaat. Het is van belang om een bepaald evenwicht van verschillende rollen in een team te hebben om zo een optimale teamprestatie te realiseren. Belbins eindconclusie is dan ook dat verschillen positief moeten worden gewaardeerd en dat ze bijdragen aan een beter resultaat.

Negatief: Diversiteit maakt ons leven er niet beter op

Diversiteit kan ook nadelige consequenties hebben. We hebben namelijk allemaal verschillende voorkeuren en willen die ook uiten. Een naturist wil graag naakt rondlopen, en anderen willen zich volledig bedekken, inclusief het gezicht. Mensen kunnen aanstoot nemen aan beide gedragingen, en zullen het daarom afkeuren. Ook zijn er personen die zwarte piet definiëren als een essentieel onderdeel van hun cultuur, en er zijn anderen die deze figuur als niet prettig en zelfs beledigend ervaren.

De Engelse filosoof John Start Mill (1806-1873) verwoordde de oplossing van het bovenstaande probleem als: "Individuele vrijheid moet in zoverre zijn grenzen kennen: het individu mag niet tot overlast voor anderen zijn." Met andere woorden, we moeten met elkaar rekening houden. Langs deze lijnen hebben we in Nederland afgesproken dat je alleen op bepaalde plekken mag naaktlopen, en dat je op andere plekken geen gezicht bedekkende kleding mag dragen. Zo lijkt ook voor de zwartepietdiscussie de roetveegpiet een goede oplossing te worden.

Het komt echter ook voor dat mensen negatief worden bejegend, alleen maar om uiterlijke kenmerken zoals huidskleur. En dat is vreemd, want huidskleur heeft niets met de persoonlijkheid of denkbeelden van iemand te maken en niemand kan er dus “overlast” van ervaren. Dit onderscheid maken op basis van niet-relevante kenmerken is discriminatie, en discriminatie is verboden. In artikel 1 van de Nederlandse grondwet is dat als volgt verwoord: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

John Greijmans